Heemkring d'EUZIE

Stekene  Kemzeke  Klein-Sinaai Koewacht  Hellestraat

 

23 ste jaargang nr 1 -5

Maart 2004

 

 

Vlaamse volksnamen van planten – deel 16

‘Een taksken van den palm gebroken en op ’t korenland gestoken,

zo geve weer aan strooi en aar, de hemel ons een vruchtbaar jaar’

Harry Van Driessen en Hilde Meersschaert (tekeningen)

Bij het verhaal over de intrede van Jezus in Jeruzalem vertelt de

bijbel ons dat de mensen met ‘palmen’ zwaaiden. Hiermee wordt

de echte palm of dadelpalm bedoeld. Jeruzalem was trouwens

jarenlang de enige plaats waar een jaarlijkse palmprocessie werd

gehouden ter herinnering aan de triomftocht van Christus. In de loop van

de 9de eeuw werd de palmwijding en bijhorende -processie in de

katholieke kerk opgenomen. Tijdens de hoogmis werd op palmzondag

‘palm’ gewijd en in processie rondgedragen. In onze streken werden als

palm’ hierbij van dan af kleine takjes gebruikt van het palmboompje

(Buxus sempervirens).

Tegelijk werd het gebruik ingevoerd om jaarlijks een aantal

beschermende palmtakjes in huis aan te brengen. Zeker in de woonkamer

werd steevast palmeleire, palmij, paâm of palmhout achter het

kruisbeeld gestoken. Hierdoor werd

de woonst beschermd tegen brand,

bliksem en storm. Soms werd

zelfs een duivelafwerend

palmtakje bij een nieuw huis in de

muur gemetseld. Ook werd gewijde

palm gebruikt ter bescherming van de

velden en ter bevordering van de

vruchtbaarheid in land- en tuinbouw. Een veel

gebruikte spreuk luidde als volgt: ‘Een taksken

van den palm gebroken en op ’t korenland

gestoken, zo geve weer aan strooi en aar, de hemel

ons een vruchtbaar jaar.

In enkele streken van Vlaanderen was palm ook

gekend als Judastak vermits gewijde palmtakjes

werden uitgedeeld aan kinderen ter voorkoming van

overdadige sproeten (Judasvlekken). In de

tuin vormt het palmboompje of buksboompje

prachtige bossen (bosseboom) en

worden lage variëteiten gebruikt

om perkjes af te lijnen of om

groenblijvende ‘matten’ aan te

leggen (mat(te)boom).

Aanvullend op het palmboompje vervolgen we deze aflevering met

enkele korte bijdragen over klaverzuring, wolfsmelk en sporkehout, een

algemeen voorkomende struik in de ondergroei van onze bossen.

 

De kruisbladige wolfsmelk is in het Waasland algemeen gekend als

mollenkruid. Soms werden de vruchtjes van deze giftige plant gegeten

als laxeermiddel (schijtnoten). Dit rattenkruid werd vaak gebruikt om

muizen en ratten te verdelgen en ook spitsmuizen (dolletjes) sterven als ze

aan de wortels van het dolmuiskruid durven te knagen.

De bloemen van het aanverwante kroontjeskruid of kroonkenskruid

staan in mooie, groene kronen. Uit de gebroken twijgen van dit

melkkruid vloeit een wit, melkachtig vocht. De schikking van de

bladeren van parapluwiekens doet denken aan een regenscherm. Voor

sommigen heeft tuchtekruid of tuchtig kruid iets strengs. Soms werd

het sap van het wertenkruid ingezet tegen wratten of werd de

zogenaamde vesicatorie gebruikt als blaartrekkend middel of trekpleister

(vésicatoire).

De blaadjes van de klaverzuring gelijken op die van de gewone klaver en

worden omwille van hun zure smaak graag gegeten door allerlei dieren:

haze(kens)klaver, meuttekensklaver, (haze)surkel, koekoeksklaver,

koekoekssurkel en koekoeksbrood. Af en toe worden kleurrijke

variëteiten van de hofklaver aangeplant in de siertuin. De plant werd

vroeger geplukt voor haar zure eigenschappen en dit vooral rond Pasen:

alleluia.

De takken van sporkehout, pijlhout of pijlspork bleken zeer geschikt

voor het maken van pijlen. Kleine dieren die van de giftige bladeren of

vruchtjes van het berstehout durven te eten, riskeren hieraan te sterven

(bersten). Ook koeien die toevallig aan in de wie overhangende takken en

bladeren eten ‘zijken’ bloed: bloedzijkenhout. De takken van de

stinkboom, stinkhout of vuilboom ruiken onaangenaam en breken

gemakkelijk: sprokkel, sporkehout. Het hout van het peggenhout of

pinnekenshout werd geregeld gebruikt voor het vervaardigen van

‘peggen’, kleine houten spiekes waarmee men klompen besloeg als deze

begonnen te verslijten. In de Kempen schoten kinderen al spelend door

middel van een uitgeholde vlierhoutenbuis of ‘klotsbuis’ naar elkaar met

de kleine harde vruchtjes (klotskens) van het klotsbezenhout.

Overzicht

VERMELDE FAMILIES EN SOORTEN:

-Buxaceae (Palmboompjesfamilie):

Palmboompje (Viscum album).

-Euphorbiaceae (Wolfsmelkfamilie):

Kruisbladige wolfsmelk (Euphorbia

lathyris) en Kroontjeskruid (Euphorbia

helioscopia).

-Oxalidaceae (Klaverzuringfamilie):

Klaverzuring (Oxalis spec.).

-Rhamnaceae (Wegedoornfamilie):

Sporkehout (Frangula alnus).

VLAAMSE VOLKSNAMEN (onderlijnd: o.a. in

Waasland en directe omgeving):

-Palmboompje: b(o)(u)sseboom, palm,

buksboompje, paâm, pallemenhout, palma,

palmboo(e)m, palmeleire, palmenbuum,

palmhaait, palmhout, palmij, pamelèr,

polm(boom), mat(te)boom, Judastak.

-Kruisbladige wolfsmelk: appelkwint,

mollenkruid, rattenkruid, rattekraud,

schijtnoten, dolmuiskruid, spurge.

-Kroontjeskruid: kroonkenskruid,

melk(jes)kruid, melkwied, wertenkruid,

wettenkruid, wrattenkruid, wrattekraud,

24

paraplwiekens, tuchtekruid, tuchtig kruid,

vesicatorie.

-Klaverzuring: haze(kens)klaver, hazesilker,

(haze)surkel, meuttekensklaver, koekoek,

koekoeksbrood, koekoeksklaver,

koekoeksslaad, koekoekssurkel,

vorschensurkel, zute-soulker, Spaanse

klaver, hofklaver, alleluia.

-Sporkehout: berstehout, bestebezen, bestekneupekenshout,

bloedzijkenhout,

bloedzijkers, bloedhout, hoenzenhaat,

hondelaar, hondeleren, hondsknop,

hondebeien, kraaibessen, sprokkel,

stinkhout, stinkboom, pijlhout, pijlspork,

peggenhout, pinnekenshout,

klotsbe(r)(z)enhout, vijleboom, vuilboom.

NOG GEKEND IN STEEKPROEF GROOT-STEKENE:

-Palmboompje: palm, buksboompje.

-Kruisbladige wolfsmelk: mollenplant.

-Klaverzuring: hazeklaver.

-Sporkehout: vuilboom, hondenhout.

BELANGRIJKE ANDERE VOLKSNAMEN IN

NEDERLAND:

-Palmboompje: bospalm, heggepalm, wijpalm.

-Kruisbladige wolfsmelk: duivelsdrek, kleine

kakboom.

-Kroontjeskruid: duivelskool, heksenmelk,

zonnewende.

-Klaverzuring: klavertjevier, hartjesklaver.

-Sporkehout: buskruithout, duivelskersenhout.

BELANGRIJKE MIDDELNEDERLANDSE NAMEN:

-Palmboompje: bucksboom, gemeine palmen.

-Kruisbladige wolsmelk: schytcruyt,

springcruyt, sprengwortele.

-Kroontjeskruid: geytenmelck,

sonnewendende wolfsmelck.

-Klaverzuring: coeckoecsbroot,

schaepssuerkel.

-Sporkehout: pijlholt, schijtbezie, vuijlboom,

sporckenhout.

Voor inleiding en literatuuropgave: zie

d’EUZIE, jg 18, 1999, nr. 1