Stekene Kemzeke Klein-Sinaai Koewacht Hellestraat
Het Rieten Valiesje, door Arthur Massé
Op
18 maart stelde de heemkundige kring d’Euzie een nieuw boek voor aan de pers,
en tijdens de Nacht van de Geschiedenis werd het aan het grote publiek
gepresenteerd: ‘Het rieten valiesje’.
Het
boek zal vooral veel Stekenaren interesseren, omdat het op een zeer verteerbare
manier vertelt hoe het er in onze gemeente aan toe ging tijdens de Tweede
Wereldoorlog.
De
historische roman is geschreven door Arthur
Massé naar waargebeurde feiten. Deze geboren en getogen Stekenaar, beleefde
als kleine jongen van zeer nabij het tragische levensverhaal van Alfons
Van Vlierberghe. De boerenzoon, die achteraan de Nieuwstraat woonde op een
klein boerderijtje juist over de spoorweg, werd in 1942 door de Duitsers opgeëist
om naar Duitsland te gaan werken. Hij werd te werk gesteld in Kiel tot groot
verdriet van zijn ouders die naar een oplossing zochten om hem terug naar huis
te krijgen. Wanneer dit uiteindelijk lukte door tussenkomst van burgemeester
Heyse, via broeder Gabriël en ‘meneer Van Eerdenbrugh’, duikt hij onder in
het ‘roethuizeken’ aan de spoorweg (waar nu de Reinaertbeeldengroep staat)
bij de grootouders van de auteur.
Zijn schuilplaats wordt echter verraden en op een nacht, wanneer nog verscheidene Stekenaren zijn aangehouden, wordt ook hij door de Gestapo uit zijn bed gelicht:
‘Midden in de nacht van 27 op 28 juli 1944 staat het
roethuizeken in het volle licht van een paar grote schijnwerpers. De mannen van
de Gestapo zijn overal en bonken met geweld op de deur:
‘Open doen! Nu direct!
Aufmachen!’
Mon en Lentiene zijn met bonzende harten uit hun slaap gerukt en boven probeert Fons uit het vensterken te klimmen, maar het is onmogelijk omdat hij door dat felle licht al onmiddellijk is opgemerkt.
‘Doar
is hij sé, v'ruit opendoenne of we schieten hé!’
Als
de deur open gaat stormen twee man in donkere lederen jakken gehuld naar boven,
waar Fons staat te schudden en te beven van de danige schrik. Beneden blijven er
nog twee staan die Mon en Lentiene bedreigen met hun pistool.
‘V'ruit oankliên en
meekommen…’.
Er wordt verder geen woord meer aan vuilgemaakt.
Lentiene
wil Fons nog een hand geven, maar wordt weggeduwd en tegen Mon wordt er gezegd:
‘Doar zulde gij nie goe van zijne zunne moutsjen…’.
Fons
wordt gevankelijk meegenomen en vliegensvlug in een van die wagens geduwd. Als
Mon naar buiten komt is het net of er een van die Gestapo-mannen hem bekend
voorkomt, maar met dat felle licht in zijn ogen kan hij hem niet direct thuis
brengen.
Afscheid
nemen is er niet bij en de twee auto's, waarvan er één in de Nieuwstraat en de
andere, vlak voor het roethuizeken op den Blaâ Wegel stond, rijden zo vlug als
mogelijk langs de Nieuwstraat weg. Het hele vertoon heeft nog geen vijf minuten
geduurd. De twee oudere mensen zitten verslagen op hun stoel. Bij Lentiene lopen
de tranen over haar ingevallen wangen en Mon zit met zijn pijp in de mond,
zonder ze aan te steken.
Na
enige minuten van verslagenheid zegt Mon uiteindelijk:
‘We moeten da bij hèm thuis
goan zèigen’, en ze gaan die kleine
afstand hand in hand naar de boerderij. Twee oude mensen overmand door verdriet
en emotie.’
Alfons
Van Vlierberghe werd gevankelijk weggevoerd en kwam uiteindelijk terecht in het
strafkamp Kahla in Duitsland.
Arthur
Massé beschrijft het ellendige leven in dat kamp, aan de hand van gegevens die
hem werden ter hand gesteld door Stekenaar Paul
Baert, een lotgenoot van Van Vlierberghe die ook in dat kamp verbleef.
Ondertussen
lezen we hoe het dagelijkse leven in Stekene zijn gang ging, en wat de oorlog
allemaal aan ongemakken met zich meebracht. Er waren de grote gebeurtenissen met
het springen van de bruggen, de vallende bommen met hun burgerslachtoffers, de
klokkenroof, het voorbijtrekken van de legers, de pesterijen door de Duitsers,
enz. Er waren ook de verhalen van de gewone mensen wier leven plots totaal door
de oorlog werd ontregeld. Zij moesten aan eten zien te geraken, er waren de
rantsoeneringen, de mensen die uit de stad hun heil kwamen zoeken op den buiten,
de slechte berichtgeving, de vluchtelingen, de bevrijding door de Polen, de
excessen van de repressie en de terugkeer van de politieke gevangenen. Fons zal
het kamp uiteindelijk niet overleven. Alleen het ‘rieten valiesje’ dat hem
vergezelde op zijn tochten is terug thuis geraakt.
De naam van Alfons Van Vlierberghe staat gebeiteld in het monument van de gesneuvelden aan het gemeentehuis van Stekene.
Al
is het verhaal gebaseerd op dramatische gebeurtenissen, de vlotte en
humoristische vertelstijl van de auteur zorgt er voor dat het geen triestig
verhaal is geworden. Wie er aan begint leest het boek in één zucht uit.
|
Over
de auteur Arthur Massé werd op 27 mei 1932 in Stekene
geboren. Beroepshalve verhuisde hij in 1957 naar Antwerpen. Hij was er
35 jaar beroepsbrandweerman. Vanaf 1992 publiceerde hij talrijke en
veelgelezen bijdragen in het tijdschrift van de Heemkundige Kring d'Euzie
van Stekene. Deze geboren verteller put zijn onderwerpen
vooral uit persoonlijke belevenissen uit zijn jeugd. |
De
schrijver draagt het boek op aan zijn grootouders. Het was zijn grootvader Mon
die hem de opdracht meegaf: ‘Zie
dadde da nooit vergeet wa dasse de mènsen oangedoan hènne. Nooit nie vergeten hé!’
Het
boek is verkrijgbaar bij Luc Van Hoye Dorpstraat 17 9190 Stekene tegen de prijs
van 15 euro.
Het kan ook besteld worden door storting van 18 euro (verzending inbegrepen) op rekening nr. 404-1086051-91 van Arthur Massé, L. Ontropstraat 3, 2020 Antwerpen.